| ||||||||||||||||||||||||||||||||||
HeideveldenHeide is een landschapstype waarin heidesoorten (Dop- en struikheide) het hoofdbestanddeel van de vegetatie vormen. Heidevelden komen voor op zure, voedselarme gronden en in een klimaat met koele zomers, zachte winters en voldoende neerslag over het gehele jaar.Heidevelden kunnen in twee vormen van ontstaan voorkomen
Op de eerste plaats kan heide ontstaan onder natuurlijke omstandigheden.
Natuurlijke heide vinden we in het gebergte boven de boomgrens en vlak aan zee.
In ons land komt dit type heide voor langs de kust op de kalkarme duinen.
Vooral op noordhellingen en vlakke delen in de duingebieden komt deze begroeiing voor.
Deze duinheiden hebben zich vooral uitgebreid toen de duinen werden vastgelegd tegen verstuiving.
Ze kunnen zich handhaven door de harde, vaak zilte zeewind.
Of duinheiden zich geheel zonder menselijk ingrijpen kunnen handhaven is nog onduidelijk.
In enkele gevallen kan zich bos vormen.
Een stukje geschiedenis
De oudste heidevelden ontstonden zo'n 5.000 jaar geleden op voedselarme gronden. De eerste landbouwers staken delen bos in brand om akkergronden te verkrijgen. In de as van het verbrande bos werd dan het graan gezaaid. Dit stukje grond kon dan drie jaar bebouwd worden en was daarna uitgeput. Om nieuwe akkergrond te verkrijgen, moest men weer een stuk bos verbranden. Op de uitgeputte delen werd vee geweid zoals- runderen, varkens en schapen. Deze zorgden ervoor dat er geen struiken en bomen op konden groeien. De heide kon hier door verschraling en uitloging gaan domineren.
Tijdens de Romeinse tijd ontstonden er meer permanente akkercomplexen. Deze zijn later veelal weer opgegaan in de zogenaamde essen toen het heidepotstalsysteem zijn intrede deed. Rond dorpen zijn deze essen vaak nog steeds te herkennen. Grote delen bos werden vernietigd met als doel de aanleg van cultuurgronden, het voorzien in de houtbehoefte en het creëren van weidegronden voor schapen in verband met de mestbehoefte. Op grote schaal ontstonden er onafzienbare heidevlakten. Zo was de heide de kurk waar de landbouw op dreef.
Door het begrazen van de heide en het steken van de plaggen, waarbij de humuslaag wordt weggestoken, blijft de bodem arm aan voedingsstoffen waardoor de heide zich kan handhaven. Naast het gebruik van de heide als weidegrond en om plaggen te steken had het nog andere functies. Zo werd de heide gemaaid ofwel geplukt om er bezems en boenders van te maken. In de jaren met een slechte hooioogst werd jonge heide gemaaid en gebruikt als veevoer. Een heel specifieke bezigheid op de heide was de bijenhouderij. Veel boeren hielden zelf bijen en er woonde in praktisch elk dorp wel een beroepsimker.
In de periode dat de dopheide of de struikheide bloeide stonden er honderden bijenkorven op de heide. Door een toename van het aantal mensen was het noodzakelijk de oppervlakte akkergrond uit te breiden. Om voldoende mest te verkrijgen werd er op de heide steeds intensiever geplagd terwijl het aantal schapen fors toenam.
Door gebruik te maken van stadscompost en de uitvinding van kunstmest werd de behoefte aan dierlijke mest steeds kleiner. Dit betekende dat vanaf 1870 het aantal heideschapen in hoog tempo afnam. Hiermee had de heide zijn belangrijke functie voor de landbouw verloren. Doordat het agrarisch gebruik wegviel, groeiden heidevelden geleidelijk aan dicht met bos. Kunstmest maakte het mogelijk de voedselarme heidevelden te ontginnen tot cultuurgrond. Aanvankelijk vond deze ontginning plaats op kleine schaal.
Toen in de jaren vanaf 1920 de ontginning van heidevelden een steeds grotere vlucht nam, begon de natuurbescherming in Nederland zich zorgen te maken over het verdwijnen van grote oppervlakten van dit landschapstype.
Waar doen we het voor?
De resterende heidegebieden worden momenteel bedreigd door vergrassing en overwoekering.
Als gevolg van neerslag van allerlei voedingsstoffen uit de lucht ("Zure regen") werd het milieu steeds rijker zodat ook andere planten een kans kregen.
De heide werd en wordt totaal overgroeid door twee grassoorten, het Pijpestrootje en de Bochtige Smele.
Slechts grootschalige, kunstmatige ingrepen zoals machinaal plaggen en branden, zorgen ervoor dat de paarse heidevlakten hier en daar nog te zien zijn..
Bij het plaggen wordt het grootste deel van de mineralen samen met het strooisel en de humusrijke bovengrond tot net boven de minerale zandlaag verwijderd. Vergraste of sterk verouderde stukken heide, vaak met een dikke strooisellaag, worden zo opnieuw naar een vroeg successiestadium gebracht. Alle onderhoudswerkzaamheden op de heidevelden zijn dus gericht op behoud en/of herstel van de heidevelden. Heidevelden zijn een stukje cultuurerfgoed met een eigen biotoop met zijn eigen kenmerkende flora en fauna. Ook hebben de heidevelden, vooral de grotere, een grote landschappelijke waarde. En daar doen we het dus allemaal voor. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||