door: Erik Rolevink

Na al het gedwongen thuiszitten was het voor mij een feest om weer een ochtend aan de slag te kunnen in de natuur. Gelukkig was de gereorganiseerde donderdaggroep alweer begonnen op Hof Espelo. Dus daarop viel mijn keus. Voor mij weliswaar 'om de hoek' maar op de beroemde heide was ik al jaren niet meer geweest. Dit is tegenwoordig namelijk een voor publiek gesloten gebied. En dat is maar goed ook want het terrein is kwetsbaar.
Vroeger werkte de zaterdaggroep hier ook vaak, sterker nog: hier is EnHOe in 2002 zelfs ontstaan.
In die jaren stond het er nog vol met Amerikaanse Vogelkers, deze 'bospest' was zelfs al bezig de heide te veroveren. Door de jarenlange inzet van de donderdaggroep onder leiding van Roel zie je op Hof Espelo bijna geen bospest meer.



Wat was het er stil op deze 30e juli. En dan te bedenken dat je hier vlakbij de stad zit. We zwermden uit over het veld, iedereen gewapend met een scherpe spade. Op zoek naar kleine bospestjes in de boszoom rondom de heide. Dit moet elk jaar weer opnieuw gebeuren om deze exoot er onder te houden. Tegenwoordig licht werk want veel vogelkersen waren er niet meer te vinden, ik was er al gauw mee klaar. Tijd om de heide eens te verkennen, eens zien of de Vossebessen er nog staan langs het inmiddels bijna verdwenen looppad. Ja hoor, ze waren er nog.



Het begon al aardig warm te worden. Op de heide zoemde het van de bijtjes en andere insecten.
Af en toe kwamen er vlinders rusteloos langs wapperen. Een Heideblauwtje streek vlak voor mijn voeten neer, snel een foto maken. Het beestje had zijn beste tijd al wel gehad, versleten vleugels en ook niet meer mooi op kleur, kennelijk al vroeg in de zomer begonnen aan zijn korte leventje.
Tijd voor pauze en bijpraten met de donderdagleu. Veel bekende gezichten die al jarenlang meedraaien met deze club, een enkele al vanaf de eerste werkdag van EnHOe in 2002. Een hechte club die de zaakjes goed voor elkaar heeft.
Na de pauze moesten we nog een curiosum komen bekijken. In de bosrand was een 'reering' ontdekt.
In juli-augustus vindt de bronst (paring) plaats bij de ree├źn. In deze tijd vind je ook de zogenaamde reeringen. Dit is een open plek rond een boom of bosje. De bok schrapt hier in de buurt de bast van de jonge bomen en krabt in de grond. De geit van zijn voorkeur fiept (onophoudelijk gepiep, is door mensen bijna niet te horen) en wordt door de bok achterna gezeten rond het bosje. En maar kringetjes draaien, dat kan een tijd duren voordat de bok zijn gang mag gaan. De hoeven laten een cirkel in de aarde achter en zo ontstaat er een reering.